Kenmerken van de Beagle

De Beagle is een ideale huishond, alhoewel hij zijn afkomst als jachthond niet zal verloochen. Hij heeft geen probleem met het omgaan met kinderen of volwassenen. Het is in huis een echte ‘vrijkous’ die zich door iedereen lekker zal laten knuffelen. De Beagle is dus totaal ongeschikt om als waakhond aan te schaffen. Buiten ontpopt de Beagle zich als jachthond en zal tijdens de wandeling al snuffelend elk spoor volgen die hij tegenkomt. Laat men de Beagle los lopen, dan zal hij zijn eigen weg gaan en is niet meer te stoppen. Het zijn echte jagers, die als ze eenmaal een spoor ruiken, alles om zich heen vergeten en luid blaffend het spoor zullen volgen. Zijn zelfstandigheid wordt door ons ook wel als eigenzinnig ervaren. Hij zal dus zeer concequent opgevoed moeten worden. Laat een Beagle ook nooit bij een drukke verkeersweg los lopen. Ze hebben totaal geen notie van het verkeer om hen heen en zouden zo de weg over willen steken als zich daar iets bevindt wat hen interesseert. Door zijn vrolijke karakter is de Beagle zeer speels. Geef de Beagle in huis veel speelgoed waar hij zich mee kan vermaken. Een bak gevuld met touwknopen, doeken, sokken, tennisballen, zachte speeltjes zal hij telkens weer leeg halen.

De Beagle is erg op gezelschap gesteld en mede door zijn eigenzinnige karakter zal hij het lang alleen laten niet op prijs stellen. Zorg er dus voor dat men vanaf het begin de beagle leert om af en toe alleen te zijn, maar maak het alleen zijn nooit te lang.

De Beagle heeft veel beweging nodig. Naast de uitlaatbeurten wil hij nog graag een uur of meer wandelen en rennen. Zorg wel voor een goede band met de baas vanaf de socialisatiefase, zodat de gehoorzaamheid naar zijn baas toe het wint van zijn jachtpassie.

Heeft u problemen met het consequent opvoeden van een hond en heeft u een druk bezet leventje en daardoor te weinig tijd om een hond op te voeden of voldoende aandacht en beweging te geven, begin dan niet aan een Beagle.

Zoekt u echter een vriendelijke, levendige, intelligente hond en heeft u in en rond uw huis voldoende ruimte en geeft u die de hond ook, dan is de Beagle uw vriend voor het leven.

De standaard van de Beagle:

De standaard is een beschrijving hoe het ras “de Beagle” er uit moet zien. De standaard is internationaal vastgesteld door de Federation Cynologique Internationale. (F.C.I.). Tijdens de keuringen dient een keurmeester de honden te keuren aan de hand van de standaard. De standaard is een omschrijving van het ras, maar biedt tevens enige speelruimte, zodat niet alle Beagles precies hetzelfde behoeven te zijn.

Typische kenmerken: Een vrolijke Brak wiens wezenlijke functie jagen is, vooral op hazen, wiens spoor hij volgt. Driest, erg actief, met veel uithoudingsvermogen en vastberadenheid. Waakzaam, intelligent en van gelijkmatig temperament.

Algeheel beeld:

Een forse en compact gebouwde Brak, die de indruk wekt van kwaliteit zonder grofheid.

Temperament: Lief en oplettend, zonder agressie of angst.

Hoofd en schedel: Hoofd tamelijk lang, krachtig, maar niet grof, iets fijner bij een teef, zonder frons en rimpels. Schedel licht gewelfd, matig breed, met geringe achterhoofdsknobbel (1). Stop goed (2) afgetekend, deze verdeelt de afstand tussen neuspunt en jachtknobbel zo gelijk mogelijk. Voorsnuit niet puntig, lippen goed hangend. De neusspiegel breed, het liefst zwart, maar iets minder pigmentatie bij lichter gekleurde honden is toegestaan.

Wijde neusgaten

Ogen: Donkerbruin of hazelnootkleurig, tamelijk groot, niet diepliggend, niet uitpuilend, goed uit elkaar geplaatst, met een zachte aantrekkelijke uitdrukking.

Oren: Lang met afgeronde punten: naar voren getrokken bijna tot de neuspunt reikend. Laag aangezet, fijn van structuur, gracieus en dicht tegen de wang gedragen.

Mond: De kaken moeten sterk zijn, met een perfect, regelmatig en volledig schaargebit; de boventanden moeten sluitend over de ondertanden heen vallen en recht in de kaken staan.

Hals (3): Voldoende lang om de Brak in staat te stellen zijn hoofd gemakkelijk naar de grond te brengen om het spoor te volgen, licht gebogen met weinig keelhuid.

Voorhand: Schouder (4) goed naar achter hellend, niet beladen. Voorbenen recht en goed onder de hond geplaatst, met goede substantie, en rond van bot. Niet versmallend naar de voet. Middenvoeten (5) kort. Stevige ellebogen (6), noch naar binnen, noch naar buiten draaiend. Hoogte van grond tot ellebogen ongeveer de helft van de schofthoogte.

Lichaam: Bovenlijn recht en horizontaal. Borst (7) daalt tot onder de elleboog. Ribben goed gerond en ver naar achter doorlopend, kort in rug, maar goed in verhouding. Krachtige, soepele lendenen (8), de buik niet te veel opgetrokken.

Achterhand: Dijen zeer gespierd. Sprongen goed gebogen. Sterke, laag geplaatste hakken (9) en evenwijdig aan elkaar geplaatste middenvoeten.

Voeten: Gesloten en krachtig. Goed gebogen tenen en sterke zoolballen. Geen hazenvoeten. Nagels kort.

Staart: Stevig en van matige lengte. Hoog aangezet en vrolijk gedragen (10) maar niet over de rug gekruld of vanaf de staartwortel naar voren gebogen. Goed met haar bedekt, vooral aan de onderzijde.

Gang: Gaat met rechte rug; krachtig gangwerk, zonder neiging tot rollen. Vrije, ver uitgrijpende en recht naar voren gerichte pas, zonder hoge knie actie.

De achterbenen tonen stuwkracht. De voorbenen mogen niet maaien of kruisen.

Vacht: Kort, dicht en bestand tegen het weer.

Kleur: Iedere erkende Brakkenkleur, behalve de leverkleur. Staartpunt wit. (recentelijk aangevuld op de standaard is de opsomming van de kleuren)
Driekleur(Zwart, Tan en wit), Blauw, wit en tan, Dassenkleur, Wildkleur, Citoenkleur , Citoen en wit, Rood en wit, Zwart en wit en geheel wit.
Met uitzondering van de geheel witte exemplaren, kunnen alle bovenvermeldde kleuren ook voorkomen met stippels (mottled). Andere kleuren zijn niet toegestaan..

Gewicht en maat: De schofthoogte mag niet meer dan 16 inches (40,5 cm) of minder dan 13 inches (33 cm.) zijn.

Opmerking: Mannelijke dieren moeten twee normaal ontwikkelde testikels bezitten die volledig in het scrotum moeten zijn ingedaald

In Amerika heeft men een eigen standaard die hier en daar afwijkt van de Engelse standaard. In Nederland houdt men vast aan de standaard van het land van oorsprong, dus Engeland. In Amerika geldt geen minimummaat, men onderscheidt twee grootte klassen n.l. kleiner dan 13 inch (33 cm) en van 13 tot 15 inch (38cm). De Amerikaanse Beagle mag geen wam (overvloedige keelhuid) vertonen, en geen overmatige lip hebben.