De oorsprong

Vroege jagers hebben een kleine hond gefokt met een goede neus, die in laag kreupelhout het wild kon opdrijven.

Grieken en Romeinen hebben de hond verder ontwikkeld naar wat zij nodig hadden om te jagen.

De Romeinen en dat is zeker, hebben een kleine drijfhond bij hun invasie van Engeland bij zich gehad.

In de middeleeuwen was de beagle een van de vele brakken die toen werden gebruikt.

De kleuren, het type en de afmetingen van het beagle, doen vermoeden dat dit ras onder andere is ontstaan uit de brakken van de zuidelijke Nederlanden en aangrenzende zuidelijke landen. De hertogen van Brabant fokten in die tijd de zeer bekende Brabantse Lopende Honden, vermoedelijk zijn onze beagles ook hiermee gekruist.

Het uiterlijk en karakter van de beagle,zijn in de loop van de eeuwen,voortdurend aan verandering onderhevig geweest.

Vele engelse en franse rassen hebben onze beagle het huidige uitzien en karakter gegeven. Onder deze honden ook de Southern Hound die een fenomenaal reukvermogen heeft en een mooi stemgeluid. Het franse woord ‘beguele’ in het engels gaping throat is een verwijzing naar het unieke geluid van de beagle. Een meute beagles, werd ook wel de Singing beagles genoemd.

De adel die veelal jachtpartijen organiseerde, selecteerde de meute op de klank van de honden, zodat er min of meer een melodie ontstond als de honden luid gaven

Tot ongeveer de dertiger jaren hebben er ook de zogenaamde gloves of Elisabeth beageltjes bestaan vermoedelijk zijn die nu uitgestorven. In de jaren vijftig is de ruw harige beagle uit de rasstandaard geschreven en waarschijnlijk uitgestorven.